Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,59 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 2,59 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Effecten op de nieren Proteïnurie, voornamelijk van tubulaire aard, is met een 'dipstick test' waargenomen bij patiënten die werden behandeld met hogere doseringen Crestor, met name 40 mg. In de meeste gevallen was deze van voorbijgaande aard of intermitterend. Proteïnurie is niet voorspellend voor een acute of progressieve nierziekte (zie rubriek 4.8). Het aantal meldingen van ernstige nieraandoeningen tijdens post-marketing gebruik is hoger bij de 40 mg dosis. Een beoordeling van de nierfunctie dient te worden overwogen gedurende de routine controle van patiënten die behandeld worden met een dosering van 40 mg. Effecten op de skeletspier Effecten op de skeletspier zoals bijvoorbeeld myalgie, myopathie en zelden rhabdomyolyse zijn gerapporteerd bij patiënten die met Crestor werden behandeld met alle doseringen en in het bijzonder met doseringen > 20 mg. Zeer zelden werden gevallen van rhabdomyolyse gemeld bij het gebruik van ezetimibe in combinatie met HMG-CoA reductase inhibitoren. Een farmacodynamische interactie kan niet uitgesloten worden (zie rubriek 4.5) en men dient de combinatie met voorzichtigheid te gebruiken. Zoals met andere HMG-CoA reductase inhibitoren is het aantal meldingen van rhabdomyolyse, geassocieerd met Crestor, tijdens post-marketing gebruik hoger bij de 40 mg dosis. Creatininekinasemetingen Creatininekinase (CK) dient niet te worden gemeten na zware lichamelijke activiteit of in de aanwezigheid van een plausibele alternatieve oorzaak van toename van CK die de interpretatie van de uitkomst kan beïnvloeden. Als de uitgangswaarden (waarden bij het starten van de behandeling) van de CK-spiegels significant zijn toegenomen (> 5 x ULN) dient een bevestigende test binnen 5-7 dagen te worden uitgevoerd. Als de herhaalde test een uitgangswaarde van de CK > 5 x ULN bevestigt, mag de behandeling niet worden gestart. Voor de behandeling Crestor, evenals andere HMG-CoA reductaseremmers, dient met voorzichtigheid te worden voorgeschreven aan patiënten met predisponerende factoren voor myopathie/rhabdomyolyse. Dergelijke factoren omvatten: nierinsufficiëntie hypothyroïdie persoonlijke of familie anamnese van erfelijke spierziekten musculaire toxiciteit met andere HMG-CoA reductaseremmers of fibraten in de anamnese alcoholmisbruik leeftijd > 70 jaar situaties waarbij een verhoogde plasmaspiegel kan optreden (zie rubrieken 4.2, 4.5 en 5.2) gelijktijdig gebruik van fibraten. Bij deze patiënten dient het risico van de behandeling overwogen te worden in relatie tot het mogelijke voordeel. Klinische controle wordt aanbevolen. Als de uitgangswaarden van de CK-spiegels significant zijn toegenomen (> 5 x ULN) mag de behandeling niet worden gestart. Tijdens de behandeling Patiënten dienen te worden gevraagd onverklaarbare spierpijn, spierzwakte of spierkramp met name als deze gepaard gaan met malaise of koorts, onmiddellijk te melden. De CK-spiegels dienen bij deze patiënten te worden gemeten. Als de CK-spiegels duidelijk zijn verhoogd (> 5 x ULN) of als de spiersymptomen ernstig zijn en dagelijks ongemak veroorzaken (zelfs als de CK-spiegels ≤ 5 x ULN zijn) dient de behandeling te worden gestaakt. Als de symptomen verdwijnen en de CK-spiegels weer normaliseren, dan dient hervatting van de behandeling met de laagste dosering van Crestor of van een alternatieve HMG-CoA reductaseremmer met nauwlettende controle te worden overwogen. Routinematige controle van CK-spiegels is bij asymptomatische patiënten niet aangewezen. Zeer zelden is er een immuun-gemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) gemeld tijdens de behandeling of na het stoppen met statines, inclusief rosuvastatine. IMNM wordt klinisch gekarakteriseerd door proximale spierzwakte en verhoogde serumcreatininekinase spiegels, welke ondanks het stopzetten van de statinetherapie aanhouden. Er zijn enkele gevallen gemeld waarbij statines Myasthenia gravis of oculaire myasthenie 'de novo' induceerden dan wel reeds bestaande Myasthenia gravis of oculaire myasthenie verergerden (zie rubriek 4.8). Het gebruik van Crestor moet worden stopgezet in geval van verergering van de symptomen. Er zijn recidieven gemeld wanneer dezelfde of een andere statine (opnieuw) werd toegediend. In klinische onderzoeken bij een gering aantal patiënten dat behandeld werd met Crestor in combinatie met andere geneesmiddelen, zijn geen aanwijzingen voor een toegenomen effect op de skeletspier gevonden. Echter bij patiënten die andere HMG-CoA reductaseremmers kregen in combinatie met fibraten inclusief gemfibrozil, ciclosporine, nicotinezuur, azol-antimycotica, proteaseremmers en macrolide antibiotica is een toename van de incidentie van myositis en myopathie gezien. Gemfibrozil verhoogt het risico van myopathie wanneer het gelijktijdig wordt gegeven met sommige HMG-CoA reductaseremmers. Om deze reden wordt de combinatie van Crestor met gemfibrozil niet aanbevolen. Het voordeel van verdere verandering van de lipidenwaarden door een gecombineerd gebruik van Crestor met fibraten of nicotinezuur dient zorgvuldig te worden afgewogen tegen de mogelijke risico's van zulke combinaties. De 40 mg dosering is gecontraïndiceerd bij gelijktijdig gebruik van fibraten (zie rubrieken 4.5 en 4.8). Crestor mag niet gelijktijdig worden toegediend met systemische formuleringen van fusidinezuur of binnen de 7 dagen na het stopzetten van de behandeling met fusidinezuur. Bij patiënten bij wie het gebruik van systemisch fusidinezuur als onvermijdelijk wordt beschouwd, dient de behandeling met statines gedurende de duur van de behandeling met fusidinezuur te worden stopgezet. Er zijn rapporteringen van rhabdomyolyse (waarvan sommige met fatale afloop) bij patiënten die fusidinezuur kregen in combinatie met statines (zie rubriek 4.5). Patiënten moet worden aangeraden onmiddellijk medisch advies te zoeken indien er zich symptomen van spierzwakte, spierpijn of spiergevoeligheid voordoen. Zeven dagen na de laatste dosis fusidinezuur kan de behandeling met statines opnieuw worden opgestart. In uitzonderlijke gevallen, waarin langdurig gebruik van systemisch fusidinezuur noodzakelijk is, bv. voor de behandeling van ernstige infecties, dient de nood voor gelijktijdige toediening van Crestor en fusidinezuur geval per geval te worden overwogen en de behandeling dient onder nauwlettend medisch toezicht te gebeuren. Crestor dient niet te worden gebruikt bij patiënten met een acute, ernstige aandoening mogelijk wijzend op myopathie of waarbij een predispositie bestaat voor het ontwikkelen van nierfalen als gevolg van rhabdomyolyse (bijvoorbeeld sepsis, hypotensie, grote chirurgische ingrepen, trauma, ernstige metabole, endocriene en elektrolytische stoornissen; of ongecontroleerde convulsies). Ernstige cutane bijwerkingen Ernstige cutane bijwerkingen (SCAR's) waaronder Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), welke levensbedreigend of fataal kunnen zijn, zijn gemeld bij het gebruik van rosuvastatine (zie rubriek 4.8). Tijdens het voorschrijven dient men de patiënt te informeren over de tekenen en symptomen van ernstige huidreacties, en men dient de patiënt nauwgezet te controleren. Indien tekenen en symptomen verschijnen die deze reactie suggereren, stop dan onmiddellijk met Crestor en overweeg een alternatieve behandeling. Heeft de patiënt door het gebruik van Crestor een ernstige reactie ontwikkeld, zoals SJS of DRESS, dan mag de behandeling met Crestor bij deze patiënt nooit opnieuw gestart worden. Effecten op de lever Crestor, evenals andere HMG-CoA reductaseremmers, dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten die overmatige hoeveelheden alcohol gebruiken en/of een leverziekte in de anamnese hebben. Het wordt aanbevolen om leverfunctietesten uit te voeren vóór en 3 maanden na het starten van de behandeling. Wanneer de concentratie van de serumtransaminases hoger is dan 3-maal de bovengrens van de normaalwaarde dient Crestor te worden gestaakt of de dosering te worden verlaagd. Tijdens post-marketing gebruik is het aantal meldingen van ernstige leveraandoeningen (voornamelijk bestaande uit verhoging van levertransaminases) hoger bij de 40 mg dosis. Bij patiënten met secundaire hypercholesterolemie die veroorzaakt wordt door hypothyroïdie of nefrotisch syndroom, dient de onderliggende ziekte eerst te worden behandeld alvorens een behandeling met Crestor te starten. Ras Bij Aziatische patiënten laten farmacokinetische studies een toegenomen blootstelling zien in vergelijking met Kaukasiërs (zie rubrieken 4.2, 4.3 en 5.2). Proteaseremmers Bij personen die rosuvastatine gelijktijdig kregen met verschillende proteaseremmers in combinatie met ritonavir is een verhoogde systemische blootstelling aan rosuvastatine waargenomen. De aandacht dient zowel uit te gaan naar het voordeel van lipidenverlaging door Crestor bij HIV patiënten die proteaseremmers krijgen, als naar de mogelijk verhoogde rosuvastatine plasmaconcentraties bij aanvang van de therapie en bij ophoging van de dosering van Crestor bij patiënten die worden behandeld met proteaseremmers. Gelijktijdig gebruik met bepaalde proteaseremmers wordt niet aangeraden tenzij de Crestor dosering wordt aangepast (zie rubrieken 4.2 en 4.5). Lactose intolerantie Patiënten met een zeldzame erfelijke galactose intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie mogen dit geneesmiddel niet gebruiken. Interstitiële longziekte Er werden uitzonderlijke gevallen van interstitiële longziekte gerapporteerd met sommige statines, in het bijzonder bij langdurige behandeling (zie rubriek 4.8). De kenmerken die voorkomen kunnen inhouden: dyspneu, niet-productieve hoest en verslechtering van de algemene toestand (vermoeidheid, gewichtsverlies en koorts). Indien vermoed wordt dat een patiënt een interstitiële longziekte heeft ontwikkeld, dient de behandeling met statines te worden gestaakt. Diabetes Mellitus Er zijn gegevens beschikbaar die er op duiden dat statines (als klasse), de bloedglucose verhogen. Bij sommige patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes kan een niveau van hyperglycemie worden bereikt waarbij een formele diabetesbehandeling toepasselijk is. Dit risico weegt echter niet op tegen de vasculaire risicoreductie van statines en dient daarom geen reden te zijn om te stoppen met de statinebehandeling. Patiënten met een verhoogd risico (nuchter glucose van 5,6 tot 6,9 mmol/l; BMI > 30 kg/m2 ; verhoogde triglyceridenwaarden; hypertensie) dienen zowel klinisch als biochemisch te worden opgevolgd, conform de nationale richtlijnen. In de JUPITER studie was de gerapporteerde totale frequentie van diabetes mellitus 2,8% voor rosuvastatine en 2,3% voor placebo, voornamelijk bij patiënten met een nuchtere glucose van 5,6 tot 6,9 mmol/l. Pediatrische patiënten De evaluatie van lineaire groei (lengte), gewicht, BMI (body mass index) en secundaire eigenschappen van seksuele ontwikkeling, op basis van Tanner stadia, bij pediatrische patiënten van 6 tot 17 jaar die werden behandeld met rosuvastatine, is beperkt tot een periode van 2 jaar. Na een studiedeelname gedurende 2 jaar werd geen effect gezien op groei, gewicht, BMI of seksuele ontwikkeling (zie rubriek 5.1). In een klinische studie, waaraan kinderen en adolescenten deelnamen en gedurende 52 weken rosuvastatine werd gegeven, werden creatinekinase verhogingen > 10x ULN en spiersymptomen, na oefeningen of verhoogde fysische inspanning, vaker waargenomen dan in klinische studies waaraan volwassenen deelnamen (zie rubriek 4.8).
Crestor is een geneesmiddel dat tot de groep van de statines behoort.
Uw arts heeft Crestor aan u voorgeschreven omdat:
Of
De werkzame stof in Crestor is rosuvastatine. Crestor, filmomhulde tabletten bevatten rosuvastatine calcium overeenkomend met 5 mg rosuvastatine. De andere stoffen in Crestor zijn: lactose monohydraat, microkristallijne cellulose, calciumfosfaat, crospovidone, magnesiumstearaat, hypromellose, triacetine, titaandioxide (E171). Crestor 10 mg, 20 mg en 40 mg, filmomhulde tabletten bevatten eveneens rood ijzeroxide (E172). Crestor 5 mg, filmomhulde tabletten bevatten eveneens geel ijzeroxide (E172).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Effecten van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen op rosuvastatine Transporteiwit remmers: rosuvastatine is een substraat van bepaalde transporteiwitten, inclusief de hepatic uptake transporter OATP1B1 en efflux transporter BCRP. Gelijktijdige toediening van Crestor en geneesmiddelen die deze transporteiwitten remmen, kan resulteren in een verhoogde rosuvastatine plasmaconcentratie en een verhoogd risico op myopathie (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 4.5 Tabel 1). Ciclosporine: Gedurende gelijktijdige behandeling met Crestor en ciclosporine werden gemiddeld 7-maal hogere AUC-waarden van rosuvastatine waargenomen dan bij gezonde vrijwilligers (zie Tabel 1). Crestor is gecontraïndiceerd bij patiënten die gelijktijdig worden behandeld met ciclosporine (zie rubriek 4.3). Gelijktijdige toediening beïnvloedde de plasmaconcentraties van ciclosporine niet. Proteaseremmers: Hoewel het exacte interactiemechanisme niet bekend is, kan het gelijktijdig gebruik van proteaseremmers de blootstelling aan rosuvastatine sterk verhogen (zie Tabel 1). In een farmacokinetische studie bijvoorbeeld was de gelijktijdige toediening van 10 mg rosuvastatine en een combinatieproduct van twee proteaseremmers (atazanavir 300 mg/ritonavir 100 mg) bij gezonde vrijwilligers geassocieerd met een verhoging van de rosuvastatine AUC en Cmax met respectievelijk ongeveer driemaal en zevenmaal. Het gelijktijdig gebruik van Crestor en sommige combinaties van proteaseremmers kan worden overwogen nadat zorgvuldig werd nagegaan of aanpassingen van de doseringen Crestor noodzakelijk zijn op basis van de te verwachten verhoogde blootstelling aan rosuvastatine (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 4.5 Tabel 1). Ticagrelor: Ticagrelor remt de transporter BCRP, waardoor de AUC van rosuvastatine 2,6-voudig toeneemt, wat kan leiden tot een verhoogd risico op myopathie. Er moet rekening worden gehouden met de voordelen van preventie van ernstige cardiovasculaire bijwerkingen door het gebruik van rosuvastatine en de risico's van verhoogde plasmaconcentraties van rosuvastatine. Gemfibrozil en andere lipidenverlagende producten: Gelijktijdig gebruik van Crestor en gemfibrozil leidde tot een 2-voudige toename van de Cmax en AUC van rosuvastatine (zie rubriek 4.4). Op basis van gegevens uit specifieke interactiestudies wordt er geen farmacokinetisch relevante interactie met fenofibraat verwacht, maar een farmacodynamische interactie kan optreden. Gemfibrozil, fenofibraat, andere fibraten en lipidenverlagende doseringen van nicotinezuur (> of gelijk aan 1 g/dag), welke gelijktijdig met HMG-CoA reductaseremmers worden gegeven, verhogen het risico van myopathie, vermoedelijk omdat zij, wanneer zij alleen worden gegeven, myopathie kunnen veroorzaken. De 40 mg dosering is gecontraïndiceerd bij gelijktijdig gebruik van een fibraat (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Deze patiënten dienen eveneens te starten met de 5 mg dosering. Ezetimibe: Gelijktijdig gebruik van 10 mg Crestor en 10 mg ezetimibe resulteerde in een 1,2-voudige toename van de AUC van rosuvastatine bij personen met hypercholesterolemie (Tabel 1). Een farmacodynamische interactie tussen Crestor en ezetimibe, met betrekking tot bijwerkingen, kan niet uitgesloten worden (zie rubriek 4.4). Antacida: Gelijktijdige toediening van Crestor en een antacida-suspensie die aluminium en magnesium hydroxide bevat, leidde tot een afname van de plasmaconcentratie van rosuvastatine met ongeveer 50%. Dit effect werd verminderd wanneer het antacidum 2 uur na Crestor werd toegediend. De klinische relevantie van deze interactie is niet onderzocht. Erythromycine: Gelijktijdige toediening van Crestor en erythromycine leidde tot een daling van de AUC met 20% en een daling van de Cmax met 30% van rosuvastatine. Deze interactie kan veroorzaakt worden door de toename van de darmmotiliteit door erythromycine. Cytochroom P450 iso-enzymen: In vitro en in vivo onderzoek heeft aangetoond dat rosuvastatine noch een remmer, noch een induceerder van cytochroom P450 iso-enzymen is. Rosuvastatine is bovendien een slecht substraat voor deze iso-enzymen. Daarom worden geneesmiddelinteracties ten gevolge van cytochroom P450 gemedieerd metabolisme niet verwacht. Er zijn geen klinisch relevante interacties waargenomen tussen rosuvastatine en fluconazol (een remmer van CYP2C9 en CYP3A4), of ketoconazol (een remmer van CYP2A6 en CYP3A4). Interacties die een aanpassing van de rosuvastatine dosering vereisen (zie ook Tabel 1): Wanneer het noodzakelijk is om Crestor gelijktijdig te geven met andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat deze de blootstelling aan rosuvastatine verhogen, dient de Crestor dosering te worden aangepast. Wanneer de verwachte toename in blootstelling (AUC) ongeveer een tweevoud of hoger is, wordt gestart met een eenmaal daagse dosering Crestor van 5 mg. De maximale dagelijkse dosis Crestor dient dusdanig te worden aangepast dat het aannemelijk is dat de verwachte blootstelling aan rosuvastatine niet hoger is dan de blootstelling bij een dagelijkse dosis van 40 mg Crestor, ingenomen zonder interagerend geneesmiddel, zoals bijvoorbeeld een 20 mg dosis Crestor met gemfibrozil (1,9-voudige toename) en een 10 mg dosis Crestor met de combinatie atazanavir/ritonavir (3,1-voudige toename). Als wordt vastgesteld dat het geneesmiddel de AUC van rosuvastatine minder dan 2-voudig verhoogt, hoeft de startdosis niet te worden verlaagd, maar is voorzichtigheid geboden als de Crestor dosis boven 20 mg wordt verhoogd.
De bijwerkingen met Crestor zijn over het algemeen mild en van voorbijgaande aard. Minder dan 4% van de patiënten die behandeld werden met Crestor in gecontroleerd klinisch onderzoek, stopten met het onderzoek vanwege bijwerkingen.
Bijwerkingen in tabelvorm In de volgende tabel is het bijwerkingenprofiel van rosuvastatine weergegeven, gebaseerd op data uit klinische studies en uitgebreide post-marketing ervaring. De bijwerkingen die hieronder zijn weergegeven zijn gerangschikt op frequentie en systeemorgaanklasse (SOK).
De frequenties aan bijwerkingen zijn gerangschikt conform de volgende conventie: Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); Soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); Zeer zelden (< 1/10.000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Tabel 2. Bijwerkingen gebaseerd op data uit klinische studies en post-marketing ervaring Systeemorgaan klasse | Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden | Niet bekend Bloed- en lymfesysteem aandoeningen - Thrombocytopenie Immuunsysteem aandoeningen - Overgevoeligheidsreacties, inclusief angio-oedeem | Anafylactische reactie Endocriene aandoeningen - Diabetes mellitus¹ Psychische aandoeningen - Depressie Zenuwstelsel aandoeningen - Hoofdpijn - Duizeligheid | Polyneuropathie - Geheugenverlies | Perifere neuropathie - Slaapstoornissen (inclusief slapeloosheid en nachtmeries) - Myasthenia gravis Oogaandoeningen - Oculaire myasthenie Ademhalingsstelsel-, borstkas-, en mediastinum aandoeningen - Hoest - Dyspneu Maagdarmstelsel aandoeningen - Constipatie - Misselijkheid - Abdominale pijn | Pancreatitis | Diarree Lever- en galaandoeningen - Toegenomen levertransaminases | Geelzucht - Hepatitis Huid- en onderhuidaandoeningen - Pruritis - Huiduitslag - Urticaria | Stevens-Johnson syndroom, Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen - Myalgie | Myopathie (inclusief myositis) - Rhabdomyolysis - Lupusachtig syndroom - Spierscheur | Artralgie | Peesaandoeningen, soms gecompliceerd door ruptuur - Immuun-gemedieerde necrotiserende myopathie Nier- en urinewegaandoeningen - Hematurie Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen - Gynaecomastie Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen - Asthenie | Oedeem
Net zoals bij andere HMG-CoA reductaseremmers lijkt de frequentie van bijwerkingen dosisafhankelijk te zijn.
Effecten op de nieren: Proteïnurie, voornamelijk van tubulaire aard, is met een "dipstick-test" waargenomen bij patiënten die werden behandeld met Crestor. Verschuiving van de urine-eiwit-testuitslag van "afwezig of sporen" naar "++" of meer is waargenomen bij < 1 % van de patiënten op een bepaald ogenblik tijdens de behandeling met 10 en 20 mg en bij ongeveer 3% van de patiënten behandeld met 40 mg. Een kleine toename in de verschuiving van geen of spoor tot + werd waargenomen met een dosering van 20 mg. In de meeste gevallen vermindert of verdwijnt de proteïnurie spontaan bij voortzetting van de behandeling. De herziening van gegevens uit klinische studies en post-marketing ervaring tot op heden, heeft geen causaal verband aangetoond tussen proteïnurie en een acute of progressieve nierziekte.
Hematurie werd waargenomen bij patiënten die behandeld werden met Crestor. Klinische studies tonen aan dat het voorkomen hiervan laag is.
Effecten op de skeletspier: Effecten op de skeletspier zoals bijvoorbeeld myalgie, myopathie (met inbegrip van myositis) en zelden rhabdomyolyse met en zonder acuut nierfalen zijn gerapporteerd bij patiënten die met Crestor werden behandeld met alle doseringen, en in het bijzonder met doseringen > 20 mg. Een dosisgerelateerde verhoging van de CK-spiegels is bij patiënten die rosuvastatine gebruiken waargenomen; de meerderheid van de gevallen waren mild, asymptomatisch en van voorbijgaande aard. Indien de CK-spiegels zijn verhoogd (> 5 x ULN), dient de behandeling te worden gestaakt (zie rubriek 4.4).
Effecten op de lever: Evenals met andere HMG-CoA reductaseremmers werd bij een klein aantal patiënten dat rosuvastatine gebruikt een dosisafhankelijke toename van de transaminases waargenomen. De meerderheid van deze gevallen was mild, asymptomatisch en van voorbijgaande aard.
Volgende bijwerkingen werden gerapporteerd met sommige statines: - Seksuele dysfunctie - Uitzonderlijke gevallen van interstitiële longziekte, in het bijzonder bij een langetermijn behandeling (zie rubriek 4.4) - Het aantal meldingen van rhabdomyolyse, ernstige nieraandoeningen en ernstige leveraandoeningen (voornamelijk bestaande uit verhoging van levertransaminases) is hoger bij de 40 mg dosis.
Pediatrische populatie: In een 52 weken durende klinische studie werden verhogingen van de creatinine kinase > 10 x ULN en spiersymptomen na inspanning of na verhoogde fysische activiteit vaker waargenomen bij kinderen en adolescenten in vergelijking met volwassenen (zie rubriek 4.4). Overigens was het veiligheidsprofiel van rosuvastatine gelijkaardig bij kinderen en adolescenten in vergelijking met volwassenen.
Crestor is gecontraïndiceerd tijdens de zwangerschap en de borstvoeding. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd moeten geschikte anticonceptieve maatregelen nemen. Zwangerschap: Aangezien cholesterol en andere producten van de cholesterol biosynthese essentieel zijn voor de ontwikkeling van de foetus, weegt het mogelijke risico van het remmen van HMG-CoA reductase zwaarder dan het voordeel van behandeling tijdens de zwangerschap. Dierexperimentele studies verschaffen beperkt bewijs voor reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Indien een patiënt zwanger wordt tijdens het gebruik van dit product, dient de behandeling onmiddellijk te worden gestaakt. Lactatie: Beperkte gegevens uit gepubliceerde rapporten geven aan dat rosuvastatine aanwezig is in de moedermelk. Rosuvastatine wordt uitgescheiden in de melk van ratten. Vanwege het werkingsmechanisme van Crestor bestaat er een potentieel risico op bijwerkingen bij het kind. Crestor is gecontra-indiceerd tijdens de borstvoeding. Vruchtbaarheid: Er zijn geen effecten op de vruchtbaarheid bekend na gebruik van rosuvastatine.
Startdosis
Uw behandeling met Crestor moet starten met de 5 mg of 10 mg dosis,zelfs wanneer u vooraf een hogere dosis van een ander statine heeft ingenomen. De keuze van uw startdosis zal afhangen van:
Vraag uw arts of apotheker welke startdosis van Crestor het beste bij u past.
Uw arts kan beslissen om u de laagste dosis (5 mg) te geven indien:
| CNK | 4867156 |
|---|---|
| Organisaties | Grunenthal |
| Merken | Grunenthal |
| Breedte | 76 mm |
| Lengte | 151 mm |
| Diepte | 30 mm |
| Actieve ingrediënten | rosuvastatine calcium |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |