Zopranol Plus 30mg/12,5mg Filmomh Tabl 28
Op voorschrift
Geneesmiddel

Zopranol Plus 30mg/12,5mg Filmomh Tabl 28

  € 25,42

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 25,42 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 25,42 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik ZOFENOPRIL Hypotensie : Net als met andere ACE-remmers en diuretica, kan Zopranol Plus een aanzienlijke bloeddrukdaling veroorzaken, vooral na de eerste dosis, hoewel symptomatische hypotensie zelden waargenomen wordt bij hypertensieve patiënten zonder complicaties. De kans daarop is groter bij patiënten met volume- en elektrolytendepletie door behandeling met een diureticum, een zoutbeperkt dieet, dialyse, diarree of braken, of die een ernstige renine-afhankelijke hypertensie vertonen (zie rubriek 4.5 en rubriek 4.8). Bij patiënten met hartfalen, al dan niet geassocieerd met nierinsufficiëntie, werd symptomatische hypotensie waargenomen. De kans hierop is groter bij patiënten met een ernstigere vorm van hartfalen, zoals weerspiegeld door het gebruik van hoge doses lisdiuretica, hyponatriëmie of functionele nierstoornis. Bij patiënten met verhoogd risico op symptomatische hypotensie, moet de behandeling onder streng medisch toezicht worden begonnen, bij voorkeur in een ziekenhuis, met lage doses en zorgvuldige dosistitratie. Indien mogelijk dient de diuretische behandeling tijdelijk onderbroken te worden wanneer de behandeling met Zopranol Plus wordt opgestart. Deze overwegingen gelden ook voor patiënten met angina pectoris of cerebrovasculaire aandoeningen, bij wie een te sterke bloeddrukdaling tot een myocardinfarct of een cerebrovasculair accident zou kunnen leiden. Als zich hypotensie voordoet, moet men de patiënt in een liggende houding plaatsen. Het kan nodig zijn het volume aan te vullen door intraveneuze toediening van een fysiologische zoutoplossing. Hypotensie na de eerste dosis sluit echter niet uit dat er na effectieve behandeling kan worden overgegaan tot zorgvuldige dosistitratie van elk bestanddeel van het geneesmiddel. Patiënten met renovasculaire hypertensie : Er is een verhoogde kans op ernstige hypotensie en nierinsufficiëntie wanneer patiënten met bilaterale nierarteriestenose of stenose van de arterie naar één werkende nier met ACE-remmers worden behandeld. Diuretica kunnen dit effect nog versterken. Zelfs bij patiënten met eenzijdige nierarteriestenose kan zich ook bij geringe veranderingen in het serumcreatinine verlies van de nierfunctie voordoen. Bij zulke patiënten moet de behandeling onder streng medisch toezicht worden begonnen, met lage doses, zorgvuldige dosistitratie en goede controle van de nierfunctie. Patiënten met nierinsufficiëntie : Het kan nodig worden geacht de nierfunctie tijdens de behandeling nauwkeurig te controleren. In associatie met ACE-remmers is nierfalen beschreven, vooral bij patiënten met ernstig hartfalen of met een onderliggende nierziekte, zoals nierarteriestenose. Bij sommige patiënten zonder duidelijk bestaande nierziekte stijgen de bloedspiegels van ureum en creatinine, vooral bij gelijktijdig gebruik van een diureticum. Het kan dan nodig zijn de dosering van de afzonderlijke bestanddelen te verlagen. Het wordt aanbevolen de nierfunctie tijdens de eerste paar weken van de behandeling nauwkeurig te volgen. Dialysepatiënten : Bij patiënten die gedialyseerd worden met high-flux polyacrylonitrilmembranen (bv. AN 69) en die tevens met ACE-remmers worden behandeld, is er kans op anafylactoïde reacties, zoals zwelling en plotselinge roodkleuring van het gezicht, bloeddrukdaling en dyspnoe, binnen enkele minuten na het begin van de hemodialyse. Daarom wordt aanbevolen een ander membraan of een ander antihypertensivum te gebruiken. De werkzaamheid en veiligheid van zofenopril werd niet vastgesteld in geval van myocardinfarct bij patiënten die hemodialyse ondergaan. Daarom dient het niet gebruikt te worden bij deze patiënten. Patiënten op LDL-aferese : Patiënten die met een ACE-remmer worden behandeld en die LDL-aferese met dextraansulfaat ondergaan, hebben kans op anafylactoïde reacties als beschreven voor patiënten die met high-flux membranen worden gedialyseerd (zie hoger). Voor deze patiënten wordt aanbevolen een antihypertensivum uit een andere groep te gebruiken. Anafylactische reacties tijdens desensibilisatie of na een insectenbeet : Een enkele maal heeft zich tijdens desensibilisatiebehandeling (bvb. hymenopteragif) of na een insectenbeet bij patiënten die een ACE-remmer gebruikten een levensbedreigende anafylactoïde reactie voorgedaan. Bij dezelfde patiënten konden deze reacties voorkomen worden door het tijdelijk staken van de ACE-remmer, maar zij konden terugkomen bij onvoorzichtige hertoediening. Voorzichtigheid is dus geboden bij patiënten die met een ACE-remmer worden behandeld en die een dergelijke desensibilisatie procedure moeten ondergaan. Niertransplantatie : Er is geen ervaring met toediening van Zopranol Plus bij patiënten die recent een niertransplantatie hebben ondergaan. Het gebruik bij patiënten met een transplant is daarom niet aanbevolen. Primair aldosteronisme : Patiënten met primair aldosteronisme reageren doorgaans niet op antihypertensiva die hun effect ontlenen aan remming van het renine-angiotensinesysteem. Voor zulke patiënten wordt gebruik van zofenopril niet aanbevolen. Overgevoeligheid/angio-oedeem : Angio-oedeem van het gezicht, de extremiteiten, lippen, slijmvliezen, tong, glottis en/of larynx kan zich voordoen bij patiënten die met een ACE-remmer worden behandeld; angio-oedeem doet zich het meest voor tijdens de eerste weken van de behandeling. In zeldzame gevallen kan echter ernstig angio�oedeem ontstaan na langdurige behandeling met een ACE-remmer. De ACE-remmerbehandeling moet dan direct worden gestaakt en er moet op een antihypertensivum uit een andere groep worden overgeschakeld. Angio-oedeem van de tong, de glottis of de larynx kan fataal zijn. Er moet onmiddellijk worden behandeld, in ieder geval met een adrenaline-oplossing 1:1000 (0,3 tot 0,5 ml direct subcutaan), of langzaam adrenaline 1 mg/ml (verdund volgens de voorschriften) intraveneus, onder nauwgezette controle van het ECG en de bloeddruk. De patiënt moet worden opgenomen en ten minste 12 - 24 uur worden geobserveerd; de patiënt mag pas worden ontslagen als de klachten volledig verdwenen zijn. Zelfs in die gevallen waarbij enkel zwelling van de tong voorkomt, zonder ademnood, kunnen patiënten observatie nodig hebben gezien behandeling met antihistaminica en corticosteroïden onvoldoende kunnen zijn. ACE-remmers veroorzaken een hogere incidentie van angio-oedeem bij zwarte patiënten dan bij niet�zwarte patiënten. Patiënten met een anamnese van angio-oedeem dat geen verband houdt met het gebruik van ACE�remmers, kunnen een verhoogd risico op angio-oedeem hebben als zij behandeld worden met een ACE-remmer (zie rubriek 4.3 Contra-indicaties). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis zofenopril worden gestart. Behandeling met zofenopril mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubriek 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTOR- remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine bij een patiënt die een ACE-remmer gebruikt. Hoest : Tijdens behandeling met ACE-remmers kan zich een droge, niet-productieve hoest voordoen die na staken van de behandeling verdwijnt. Hoest ten gevolge van ACE-remmers moet betrokken worden bij de differentiaaldiagnose van hoest. Leverfalen : In zeldzame gevallen heeft het gebruik van ACE-remmers tot een syndroom geleid dat begon met cholestatische icterus en zich ontwikkelde tot fulminante levernecrose, waarna de patiënt (soms) overleed. Welk mechanisme dit syndroom veroorzaakt is niet bekend. Patiënten die een ACE-remmer gebruiken en die icterus krijgen of sterk verhoogde leverenzymwaarden, moeten de ACE�remmerbehandeling staken en op de aangewezen manier medisch worden gevolgd. Serumkalium : ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijgifte van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Hyperkaliëmie kan echter voorkomen bij patiënten met een verminderde nierfunctie en/of bij patiënten die kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende diuretica, trimethoprim of co-trimoxazol (ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol) of, in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers gebruiken. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5). Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) : Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE�remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Chirurgie / Anesthesie : ACE-remmers kunnen hypotensie of zelfs hypotensieve shock veroorzaken bij patiënten die een grote chirurgische ingreep ondergaan of tijdens de anesthesie, gezien ze de vorming van angiotensine-II secundair aan de compensatoire afgifte van renine kunnen blokkeren. Als de ACE-remmer niet achterwege kan worden gelaten moet het intravasculaire volume en het plasmavolume zorgvuldig worden gecontroleerd. Aorta- en mitraalklepstenose / Hypertrofische cardiomyopathie : ACE-remmers moeten voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met mitraalklepstenose en obstructie van de uitstroom van het linkerventrikel en moeten worden vermeden in gevallen van cardiogene shock en duidelijke hemodynamische obstructie. Neutropenie / Agranulocytose : Neutropenie/agranulocytose, trombocytopenie en anemie zijn gemeld bij patiënten die met een ACE�remmer worden behandeld. De kans op neutropenie lijkt dosis- en typegebonden, en is afhankelijk van de klinische toestand van de patiënt. Neutropenie komt zelden voor bij patiënten zonder complicaties, maar kan zich voordoen bij patiënten met een verminderde nierfunctie, vooral in combinatie met collageenziekte van de bloedvaten, zoals systemische lupus erythematosus of scleroderma, en bij behandeling met immunosuppressiva, behandeling met allopurinol of procaïnamide, of een combinatie van dergelijke complicerende factoren. Sommige van deze patiënten kregen ernstige infecties die in enkele gevallen niet reageerden op intensieve antibioticabehandeling. Als zofenopril bij zulke patiënten wordt gebruikt, wordt geadviseerd om een leukocyten- en differentiaaltelling te doen vóór aanvang van de behandeling, tijdens de eerste 3 behandelmaanden met zofenopril om de 2 weken, en daarna met regelmatige tussenpozen. Tijdens de behandeling moeten alle patiënten elk symptoom dat op een infectie kan wijzen (b.v. keelpijn, koorts) melden als er een leukocytendifferentiaaltelling wordt gedaan. Het gebruik van zofenopril of andere geneesmiddelen waarmee gelijktijdig wordt behandeld (zie rubriek 4.5), moet worden gestaakt als wordt vastgesteld of vermoed dat er sprake is van neutropenie (neutrofielen minder dan 1000/mm3 ). De neutropenie is reversibel na staken van de ACE-remmer. Psoriasis : Bij patiënten met psoriasis moet voorzichtigheid worden betracht bij gebruik van ACE-remmers. Proteïnurie : Proteïnurie kan zich vooral voordoen bij patiënten met een reeds bestaande verminderde nierfunctie, of bij patiënten die met relatief hoge doses ACE-remmer worden behandeld. Bij patiënten met reeds bestaande nierziekte moet vóór aanvang van de behandeling, en daarna regelmatig, het eiwitgehalte van de urine (dip-stick in ochtendurine) worden gecontroleerd. Diabetespatiënten : Tijdens de eerste behandelmaand met een ACE-remmer, moeten de bloedglucosewaarden nauwgezet worden gecontroleerd bij diabetespatiënten die al eerder orale antidiabetica of insuline moesten gebruiken (zie rubriek 4.5). Lithium : De combinatie van lithium en Zopranol Plus wordt doorgaans niet aanbevolen (zie rubriek 4.5) Etnische verschillen : Evenals voor andere remmers van het angiotensineconverterend enzym geldt voor zofenopril dat het bloeddrukverlagend effect bij zwarte mensen minder kan zijn dan bij niet-zwarte mensen. Remmers van het angiotensineconverterend enzym veroorzaken vaker angio-oedeem bij zwarte patiënten dan bij niet-zwarte patiënten. Zwangerschap : ACE-remmers mogen niet worden gestart tijdens de zwangerschap. Tenzij verdere behandeling met ACE-remmers essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, overschakelen op een andere bloeddrukverlagende behandeling waarvan de veiligheid bij gebruik tijdens de zwangerschap bewezen is. Als een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden stopgezet en moet indien nodig een alternatieve behandeling worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6).

Hypertensie

De werkzame stoffen in dit middel zijn zofenopril calcium 30 mg en hydrochoorthiazide 12,5 mg. De andere stoffen in dit middel zijn: - Tabletkern: Microkristallijne cellulose, lactosemonohydraat, maïszetmeel, hypromellose, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat - Omhulling: Opadry Pink 02B24436 (samengesteld uit hypromellose, titaandioxide (E171), macrogol 400, rood ijzeroxide (E172)), macrogol 6000

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie ZOFENOPRIL Geneesmiddelen die het risico op angio-oedeem verhogen Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege het verhoogde risico op angio-oedeem (zie rubriek 4.3 en 4.4). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (zie rubriek 4.4). Gelijktijdig gebruik niet aanbevolen Kaliumsparende diuretica, kaliumsuppletie of kaliumbevattende zoutvervangers Hoewel het serumkalium gewoonlijk binnen de normaalwaarden blijft, kan hyperkaliëmie optreden bij sommige patiënten die met zofenopril worden behandeld. Kaliumsparende diuretica (bijv. spironolacton, triamtereen of amiloride), kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers kunnen een significante verhoging van het serumkalium veroorzaken. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdige toediening van zofenopril met andere middelen die het serumkalium verhogen, zoals trimethoprim en co-trimoxazol (trimethoprim/sulfamethoxazol), omdat bekend is dat trimethoprim een kaliumsparende diureticum is zoals amiloride. Daarom wordt een combinatie van zofenopril en bovengenoemde geneesmiddelen niet aanbevolen. Als gelijktijdig gebruik geïndiceerd is, moeten deze middelen met voorzichtigheid gebruikt worden, met regelmatige controle van de serumkaliumspiegel. ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten en aliskiren De gegevens uit klinische studies laten zien dat dubbele blokkade van het renine-angiotensine�aldosteronsysteem (RAAS) bij het gecombineerde gebruik van ACE-remmers, angiotensine II�receptorantagonisten en aliskiren, in verband wordt gebracht met een hogere frequentie van bijwerkingen zoals hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) in vergelijking met het gebruik van een enkel geneesmiddel dat op het RAAS werkt (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.1). Gelijktijdig gebruik vereist voorzorgen Diuretica (thiaziden of lisdiuretica) Eerdere behandeling met hoge doses diuretica kan in het begin van behandeling met zofenopril tot volumedepletie en een verhoogde kans op hypotensie leiden (zie rubriek 4.4). Dit bloeddrukverlagend effect kan worden verminderd door het diureticumgebruik te stoppen, door het volume of de zoutinname te verhogen, of door een behandeling met zofenopril laag gedoseerd te beginnen. Geneesmiddelen met een anesthetische werking ACE-remmers kunnen het bloeddrukverlagend effect van sommige middelen met een anesthetische werking versterken. Narcotica / Tricyclische antidepressiva / Antipsychotica / Barbituraten Er kan zich orthostatische hypotensie voordoen. Andere antihypertensiva (bv. -blokkers, -blokkers, calciumantagonisten) Een additief hypotensief effect of potentiëring kan optreden. Voorzichtigheid is geboden bij behandeling met nitroglycerine, andere nitraten, of andere vaatverwijdende stoffen. Cimetidine Kan de kans op een bloeddrukverlagend effect versterken. Ciclosporine Hyperkaliëmie kan voorkomen tijdens gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en ciclosporine. Controle van de serumkaliumspiegel wordt aanbevolen. Heparine Hyperkaliëmie kan voorkomen tijdens gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en heparine. Controle van de serumkaliumspiegel wordt aanbevolen. Allopurinol, procaïnamide, systemische corticosteroïden, cytostatica of immunosuppressiva Verhoogde kans op overgevoeligheidsreacties bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers. Gegevens over andere ACE-remmers geven een verhoogde kans op leukopenie aan bij gecombineerd gebruik. Antidiabetica In zeldzame gevallen kunnen ACE-remmers bij diabetespatiënten het bloedglucoseverlagend effect van insuline en orale antidiabetica, bv. sulfonylureumderivaten, versterken. Wanneer dat het geval is, kan het nodig zijn tijdens gelijktijdige behandeling met een ACE-remmer, de dosis van het antidiabeticum te verlagen. Hemodialyse met high-flux dialysemembranen Verhoogde kans op anafylactoïde reacties bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers. Sympathicomimetica Kunnen het bloeddrukverlagend effect van ACE-remmers verminderen. Om na te gaan of het gewenste effect wordt verkregen, moeten patiënten nauwlettend worden gecontroleerd. Antacida Verminderen de biologische beschikbaarheid van ACE-remmers. Voedsel Kan de absorptiesnelheid, maar niet de mate waarin zofenopril wordt geabsorbeerd, verminderen. Goud Nitritoïde reacties (symptomen van vasodilatatie zoals blozen, nausea, duizeligheid en hypotensie, die zeer ernstig kunnen zijn) na injecteerbaar goud (bijvoorbeeld natriumaurothiomalaat) zijn vaker gerapporteerd bij patiënten die een behandeling met ACE-remmers kregen. Aanvullende informatie CYP-enzymen Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over de interactie van zofenopril met andere werkzame stoffen die door CYP-enzymen worden gemetaboliseerd. Tijdens stofwisselingsstudies in vitro met zofenopril zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor mogelijke interacties met werkzame stoffen die door CYP-enzymen worden gemetaboliseerd. HYDROCHLOORTHIAZIDE Gelijktijdig gebruik vereist voorzorgen Harsen, bv. cholestyramine en colestipol In aanwezigheid van anionenuitwisselende harsen vermindert de absorptie van hydrochloorthiazide. Een enkelvoudige dosis cholestyramine of colestipol bindt hydrochloorthiazide en vermindert de absorptie uit het maagdarmkanaal met resp. 85% en 43%. Sulfonamidediuretica moeten tenminste één uur vóór, of vier tot zes uur na deze geneesmiddelen worden ingenomen. Corticosteroïden, ACTH, amfotericine B (parenteraal), carbenoxolon, prikkelende laxeermiddelen Elektrolytendepletie kan worden versterkt; bij gelijktijdig gebruik van hydrochloorthiazide kan vooral hypokaliëmie optreden. Calciumzouten Bij gelijktijdige toediening met thiazidediuretica kan het serumcalcium stijgen als gevolg van verminderde uitscheiding. Hartglycosiden Door thiaziden veroorzaakte hypokaliëmie of hypomagnesiëmie verhoogt de kans op door digitalis geïnduceerde hartritmestoornissen. Geneesmiddelen die torsade de pointes kunnen veroorzaken Vanwege de kans op hypokaliëmie dient hydrochloorthiazide zeer voorzichtig te worden gecombineerd met geneesmiddelen die tot torsade de pointes kunnen leiden, zoals sommige anti�arrhythmica, sommige antipsychotica, en andere geneesmiddelen waarvan bekend is dat zij torsade de pointes kunnen veroorzaken. Bloeddrukverhogende amines (zoals adrenaline) Mogelijk verzwakt de respons op bloeddrukverhogende amines, maar niet in die mate dat gecombineerd gebruik met hydrochloorthiazide moet worden uitgesloten. Skeletspierverslappers van het niet-depolariserende type (zoals tubocurarine) Bij combinatie met hydrochloorthiazide wordt de reactie op de spierverslapper mogelijk versterkt. Amantadine Thiaziden kunnen de kans op bijwerkingen van amantadine vergroten. Geneesmiddelen tegen jicht (probenecid, sulfinpyrazon, allopurinol) Omdat door hydrochloorthiazide de serumspiegel van urinezuur kan stijgen, moet de dosis van uricosurische middelen mogelijk worden aangepast. De dosis van probenecid of sulfinpyrazon moet wellicht worden verhoogd. Gelijktijdige toediening van thiazidediuretica kan leiden tot een verhoogde incidentie van overgevoeligheidsreacties op allopurinol. Aanvullende informatie: Beïnvloeding van laboratoriumtests: Door hun effect op de calciumstofwisseling kunnen thiaziden de uitslagen van onderzoek naar de bijschildklierfunctie mogelijk verstoren. COMBINATIE ZOFENOPRIL / HYDROCHLOORTHIAZIDE Behalve met interacties met de afzonderlijke bestanddelen moet rekening worden gehouden met: Gelijktijdig gebruik niet aanbevolen Lithium Gelijktijdig gebruik met thiazidediuretica kan de kans op lithiumtoxiciteit vergroten, en de reeds verhoogde kans op lithiumtoxiciteit met ACE-remmers verder vergroten. Daarom wordt gebruik van Zopranol Plus in combinatie met lithium niet aangeraden, en dienen de lithiumspiegels nauwgezet te worden gevolgd als combinatie werkelijk nodig mocht zijn. Klinische chemie Thiaziden kunnen het serum-PBI (Protein Bound Iodine) verlagen zonder dat dit tot verschijnselen van een gestoorde schildklierfunctie leidt. Gelijktijdig gebruik vereist voorzorgen Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (acetylsalicylzuur,  3g/dag inbegrepen) Gebruik van niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID's) kan het antihypertensieve effect van ACE-remmers en diuretica afzwakken. Bovendien is beschreven dat NSAID's en ACE-remmers een additief effect hebben op de stijging van serumkalium, terwijl de nierfunctie kan verminderen. Deze effecten zijn in principe reversibel, en doen zich vooral voor bij patiënten met een reeds verminderde nierfunctie. In zeldzame gevallen kan zich acuut nierfalen voordoen, vooral bij patiënten met een slechte nierfunctie, zoals ouderen of gedehydrateerde mensen. Alcohol Versterkt het bloeddrukverlagend effect van ACE-remmers en hydrochloorthiazide. Trimethoprim Gelijktijdige toediening van ACE-remmers en thiaziden met trimethoprim verhoogt de kans op hyperkaliëmie.

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

De volgende bijwerkingen werden gemeld tijdens klinische onderzoeken met Zopranol Plus:

Vaak voorkomende bijwerkingen (kan voorkomen bij 1 op 10 personen):  duizeligheid  hoofdpijn  hoest.

Soms voorkomende bijwerkingen (kan voorkomen bij 1 op 100 personen):  snel opkomende zwelling, vooral van de lippen, de wangen, de oogleden, de tong, het verhemelte, het strottenhoofd (larynx), met mogelijk plotselinge ademhalingsmoeilijkheden (angio-oedeem). Indien u één van deze symptomen vertoont, betekent dit dat u een ernstige allergie heeft voor Zopranol Plus. Het kan dat u dringend medische verzorging nodig heeft of dient opgenomen te worden in het ziekenhuis  infectie  bronchitis  keelpijn  verhoging van het cholesterolgehalte en/of andere vetten in het bloed, verhoogd suiker-, kalium-, urinezuur-, creatinine- en leverenzymegehalte in het bloed  daling van het kaliumgehalte in het bloed  slapeloosheid  slaperigheid, flauwvallen, verhoogde spierspanning (hypertonie)  angina pectoris, hartinfarct, boezemfibrilleren, hartkloppingen  plotselinge roodkleuring van het gezicht, verlaagde bloeddruk, verhoogde bloeddruk  misselijkheid, gestoorde spijsvertering, ontsteking van de maagwand, ontsteking van het tandvlees, droge mond, maagpijn  huidaandoening gekenmerkt door schilferige, roze plakken (psoriasis), acné, droge huid, jeuk, netelroos  rugpijn  vaak plassen (polyurie)  algemene zwakte (asthenie), griepachtige symptomen, perifere zwelling (gewoonlijk rond de enkels)  impotentie

De volgende bijwerkingen werden niet gemeld tijdens klinische onderzoeken met Zopranol Plus, maar werden wel gemeld met zofenopril calcium en/of andere ACE-remmers, dus kunnen ze ook voorkomen bij gebruik van Zopranol Plus:

 Vermoeidheid. Ernstig verlaagde bloeddruk bij het begin van de behandeling of wanneer de dosering wordt verhoogd, met duizeligheid, verstoord zicht, flauwvallen; lage bloeddruk bij rechtop staan.  Pijn op de borst, spierpijn en/of krampen.  Verminderd bewustzijn, plotselinge duizeligheid, plotseling verstoord zicht of zwakte en/of verlies van gevoel aan één kant van het lichaam (voorbijgaande ischemische aanval of beroerte).  Verminderde nierfunctie, gewijzigde hoeveelheid dagelijkse urine, aanwezigheid van eiwit in de urine (proteïnurie).  Overgeven, diarree, verstopping.  Allergische huidreactie met afschilfering, roodheid, loskomen van de huid en blaren op de huid (toxische epidermale necrolyse), verergering van psoriasis, haaruitval (alopecie).  Verhoogd zweten.  Stemmingswisselingen, depressie, slaapstoornissen.  Gewijzigde huidsensaties zoals branderig, prikkelend of tintelend gevoel (paresthesie).  Evenwichtsstoornissen, verwardheid, oorsuizen (tinnitus), smaakstoornissen, wazig zicht.  Ademhalingsmoeilijkheden, vernauwing van de luchtwegen in de longen (bronchospasme), sinusitis, lopende of verstopte neus (rhinitis), ontsteking van de tong (glossitis).
 Geel worden van de huid (geelzucht), ontsteking van de lever of pancreas (hepatitis, pancreatitis), darmobstructie (ileus).

• Het tweede en derde trimester van de zwangerschap .
• Overgevoeligheid voor zofenopril of een andere ACE-remmer.
• Overgevoeligheid voor hydrochloorthiazide of andere middelen op basis van sulfonamiden.
• Overgevoeligheid voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
• Angio-oedeem bij eerdere behandeling met een ACE-remmer in de anamnese.
• Erfelijk / idiopathisch angio-oedeem.
• Ernstige leverinsufficiëntie.
• Ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min).
• Bilaterale nierarteriestenose of unilaterale nierarteriestenose bij patiënten die slechts één nier hebben.
• Het gelijktijdig gebruik van Zopranol Plus met aliskiren-bevattende geneesmiddelen is gecontra-indiceerd bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie (GFR < 60 ml/min/1,73 m2) .

Zwangerschap
Zofenopril en Hydrochloorthiazide
Gezien de effecten van de individuele componenten in dit combinatieproduct op de zwangerschap, wordt het gebruik van Zopranol Plus niet aanbevolen gedurende het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van Zopranol Plus is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4).
Zofenopril
Het gebruik van ACE-remmers wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van ACE-remmers is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4).
De epidemiologische bewijzen betreffende het risico op teratogeniciteit na blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap zijn niet overtuigend. Een kleine toename van het risico kan evenwel niet worden uitgesloten. Tenzij verdere behandeling met ACE-remmers essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgeschakeld op alternatieve antihypertensiva waarvan het veiligheidsprofiel bij gebruik tijdens de zwangerschap bewezen is. Als een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden stopgezet en eventueel moet een andere behandeling worden gestart.
Blootstelling aan een behandeling met ACE-remmers tijdens het tweede en het derde trimester veroorzaakt humane foetotoxiciteit (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, tragere ossificatie van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie). (Zie rubriek 5.3). Mocht er blootstelling aan ACE-remmers plaatsvinden tijdens het tweede trimester van de zwangerschap, dan wordt een echografie aanbevolen voor controle van de nierfunctie en de schedel.
Zuigelingen van moeders die ACE-remmers hebben ingenomen, moeten strikt worden gecontroleerd op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4).
Hydrochloorthiazide
Er is slechts beperkte ervaring met het gebruik van hydrochloorthiazide tijdens de zwangerschap, met name in het eerste trimester. Experimenteel onderzoek bij dieren is niet toereikend.
Hydrochloorthiazide passeert de placenta. Op basis van de farmacologisch werkingsmechanisme van hydrochloorthiazide kan het gebruik hiervan tijdens het tweede en derde trimester de foetoplacentaire perfusie verstoren en leiden tot foetale en neonatale effecten zoals icterus, verstoring van de elektrolytenbalans en trombocytopenie.
Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor zwangerschapsoedeem, zwangerschapshypertensie of pre-eclampsie gezien het risico op verminderd plasmavolume en placentaire hypoperfusie, terwijl het geen positieve invloed op het ziekteverloop heeft.
Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor essentiële hypertensie bij zwangere vrouwen, behalve in het zeldzame geval dat er geen andere behandeling mogelijk is.
Borstvoeding
Aangezien er geen informatie is over het gebruik van Zopranol Plusl tijdens de periode van borstvoeding, wordt Zopranol Plus niet aanbevolen en gaat de voorkeur uit naar andere behandelingen met een beter bewezen veiligheidsprofiel tijdens de periode van borstvoeding, vooral bij het voeden van een pasgeborene of een premature zuigeling.
Hydrochloorthiazide
Hydrochloorthiazide wordt in kleine hoeveelheden in de moedermelk uitgescheiden. In hoge doses veroorzaken thiaziden intense diurese, wat de melkproductie kan remmen. Het gebruik van Zopranol Plus tijdens de borstvoeding wordt afgeraden. Als Zopranol Plus gebruikt wordt tijdens de periode van borstvoeding, moet de dosis zo laag mogelijk gehouden worden.

Volwassenen (18-65 jaar)

  • Dosistitratie met de afzonderlijke bestanddelen is aanbevolen vóór overschakeling naar de vaste dosiscombinatie
  • Gebruikelijke dosering: 1 tablet per dag

Toedieningswijze

  • Met of zonder voedsel
  • Wie moeite heeft met slikken mag de tablet in tweeën breken en de helften na elkaar op het voorgeschreven tijdstip innemen
CNK 2681369
Organisaties Menarini
Merken Menarini
Breedte 68 mm
Lengte 129 mm
Diepte 22 mm
Hoeveelheid verpakking 28
Actieve ingrediënten hydrochloorthiazide, zofenopril calcium
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)